ForPetsHealthcare
Dogs

Luxerende Knieschijf bij Kleine Honden: Graden, Operatie en Herstel

By Sarah Bennett2 juli 20266 min read
Reviewed by Dr. Sarah Bennett, DVM
Small Chihuahua holding up hind leg while limping, owner's hand supporting its back, demonstrating patellar luxation skipping gait
```html TITLE: Luxerende Patella bij Kleine Honden: Graden, Chirurgische Beslissingen en Herstel SLUG: luxerende-patella-kleine-honden-graden-chirurgie-herstel TAGS: luxerende patella, gezondheid kleine honden, patella chirurgie, hondenknee, orthopaedische aandoeningen CATEGORY: Hondengezondheidheid & Aandoeningen

Die Huppelstap van Je Kleine Hond Is Niet Onschuldig

Als je hebt opgemerkt dat je kleine hond af en toe een achterpoot even optilt voordat hij plotseling weer normaal loopt, heb je waarschijnlijk een luxerende patella gezien. Het is een van de meest voorkomende orthopaedische aandoeningen bij kleine en speelgoedhonden, zoals Chihuahua's, Yorkshire Terriërs, Pomeranians, Cavalier King Charles Spaniëls en Miniatuurroezelpoezen. Veel eigenaren denken dat het een eigenaardigheden of voorbijgaande stijfheid is. In werkelijkheid is het een structureel probleem dat, als het niet wordt aangepakt, kan leiden tot progressieve gewrichtsbeschadiging en aanzienlijke verslechtering van de levenskwaliteit van je hond.

Wat Is een Luxerende Patella?

De patella, of knieschijf, ligt normaal gesproken in een groef aan de basis van het dijbeen, de trochleaire groef genaamd. Pezen en ligamenten houden deze in rechte lijn als de knie buigt en strekt. Bij honden met patellaluxatie is deze uitlijning verstoord — de patella verschuift uit de groef, meestal naar de binnenkant van het been bij kleine rassen. Dit wordt mediale patellaluxatie genoemd en is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de gevallen bij kleine honden. Laterale luxatie komt vaker voor bij grote rassen.

De aandoening is grotendeels ontwikkelingsgerelateerd en vaak erfelijk. Onderliggende skeletale afwijkingen, zoals een ondiepe trochleaire groef, een verplaatste tibiale crista of rotatievervorming van het dijbeen, dragen bij aan abnormale krachten die de patella uit uitlijning trekken.

De Vier Graden en Hun Betekenis

Patellaluxatie wordt ingedeeld in vier graden, en dit classificatiesysteem bepaalt direct de behandelbeslissingen.

Graad één luxatie betekent dat de patella tijdens onderzoek handmatig uit de groef kan worden geduwd maar spontaan terugkeert. De hond vertoont zelden klinische symptomen. Graad twee betekent dat de patella spontaan luxeert bij buiging van het kniegewricht of met handmatige druk, maar terugkeert — ofwel spontaan, ofwel wanneer het been strekt. Dit correspondeert met de intermitterende huppelgang die eigenaren veelal beschrijven. Graad drie betekent dat de patella het meeste tijd luxeert, maar handmatig kan worden teruggeplaatst en onmiddellijk weer luxeert wanneer de druk wordt losgelaten. Graad vier betekent dat de patella permanent luxeert, niet handmatig kan worden teruggeplaatst en gepaard gaat met aanzienlijke ledemaatvervorming. Honden in deze graad dragen het been meestal slecht of nemen een gehurkte houding aan.

Wanneer Is Chirurgie de Juiste Keuze?

Graad één luxaties bij honden zonder klinische symptomen worden vaak conservatief gemonitord, waarbij eigenaren op progressie letten. Echter, de beslissing om te opereren wordt niet alleen bepaald door de graad. Een graad twee hond die frequent huppe, pijn toont of spierverlies ontwikkelt, kan een betere kandidaat voor chirurgie zijn dan een graad drie hond die zich goed heeft aangepast. De leeftijd van de hond, activiteitsniveau, andere orthopaedische problemen en de langetermijnverwachtingen van de eigenaar spelen allemaal een rol in een genuanceerd gesprek met een dierenarts orthopaedisch chirurg.

De meeste dierenarts orthopaedische specialisten bevelen chirurgische correctie aan voor graad twee honden met consistente klinische symptomen, en voor alle graad drie en vier gevallen ongeacht de klinische presentatie. De reden is dat aanhoudende patellaluxatie voortdurende slijtage van het kraakbeen in het kniegewricht veroorzaakt en het risico op ruptuur van het voorste kruisbandligament aanzienlijk verhoogt — een veel ernstiger en duurdere aandoening om mee om te gaan.

Gebruikte Chirurgische Technieken

Trochleaire blokrecessie

Het verdiepen van de trochleaire groef staat centraal in de meeste chirurgische correcties. De meest gebruikte techniek is trochleaire blokrecessie, waarbij een blok kraakbeen en bot wordt verwijderd, de groef wordt verdiept en het blok wordt teruggeplaatst. Dit behoud van het kraakbeenoppervlak waarop de patella glijdt. Bij zeer jonge honden kan trochleaire chondroplastie — een techniek die de groef verdiept zonder botverwijdering, gebruikmakend van de buigzaamheid van immature kraakbeen — in plaats daarvan worden gebruikt.

Tibiale cristale transpositie

Wanneer het aanhechtingspunt van de patellaire pees op het scheenbeen mediaal is verplaatst, corrigeert het chirurgisch verplaatsen en vastpinnen van de tibiale crista lateraal de trekrichting op de patella, waardoor deze centraal in de verdiepte groef blijft.

Reconstructie van zachte weefsels

Het aanspannen van de gewrichtscapsule aan de laterale zijde en het vrijgeven van samengetrokken weefsel aan de mediale zijde spreekt de onevenwichtigheden in zacht weefsel aan die bijdragen aan luxatie. Dit wordt uitgevoerd naast bottige correcties in plaats van als zelfstandige procedure in de meeste gevallen.

Bij honden met aanzienlijke dijbeen- of scheenbeenarmoredormiteit kunnen correctieve osteotomieën om rotatie- of hoekige botafwijkingen aan te pakken noodzakelijk zijn, hoewel dit minder vaak voorkomt bij kleine rassen dan bij grote ras-laterale luxatiegevallen.

Post-Operatief Herstel en Revalidatie

Herstel na chirurgie voor patellaluxatie vereist strikte rust en gecontroleerde revalidatie, meestal over acht tot twaalf weken. De onmiddellijke post-operatieve periode omvat kooi- of hokrust, beperkte wandelingen aan de lijn alleen voor toiletbezoeken en beheer van chirurgische wondcomfort onder dierenartsbegeleiding. Eigenaren vinden dit vaak het meest uitdagende aspect, vooral met jonge en energieke kleine honden.

Fysiotherapie geleidelijk ingevoerd vanaf twee tot drie weken post-operatief ondersteunt spierherstel en het bewegingsbereik van het gewricht. Passieve bewegingsoefeningen, zachte massage en hydrotherapie worden veelal opgenomen. Terugkeer naar normale activiteit is geleidelijk en moet worden geleid door vervolgbeoordelingen in plaats van de waarneming van herstel door de eigenaar.

Complicatiepercentages na chirurgie voor patellaluxatie zijn over het algemeen laag in ervaren handen, maar reluxatie kan optreden, vooral als de onderliggende vervorming ernstig was of als activiteitsbeperkingen niet worden nageleefd tijdens genezing. Implantatorfalen bij tibiale cristale transpositie, infectie en seroomvorming zijn erkende maar onfrequente complicaties.

Wat Eigenaren Moeten Weten en Doen

  • Negeer intermitterende huppels bij een kleine hond niet — laat het kniegewricht door een dierenarts onderzoeken
  • Vraag grading van beide knieën aan, omdat bilaterale luxatie veel voorkomt
  • Vraag verwijzing naar een dierenarts orthopaedisch chirurg voor graad twee met klinische symptomen, en alle graad drie en vier gevallen
  • Begrijp dat chirurgie progressie naar ruptuur van het kruisbandligament voorkomt — eerder ingrijpen betekent over het algemeen eenvoudiger correctie en sneller herstel
  • Zet je volledig in voor het rust- en revalidatieprotocol post-operatief; dit is waar veel herstellingen worden gecompromitteerd
  • Behoud een gezond lichaamsgewicht
```
#luxating patella small dogs grades surgery recovery#dog health#dog nutrition#forpetshealthcare
Disclaimer:This article is for informational purposes only and does not constitute veterinary advice. Always consult a qualified veterinarian for your pet's health concerns.

Free newsletter

Pet health tips, straight to your inbox

Weekly science-backed advice for dog & cat owners. No spam, unsubscribe anytime.